UITVOERING VAN DE CAO VAN 16/06/09 EN 15/03/11 HOUDENDE SOCIALE VOORDELEN VOOR DE UITZENDKRACHTEN - BIJKOMENDE VERGOEDING IN GEVAL VAN OVERMACHT, TECHNISCHE, ECONOMISCHE OF "CRISIS" WERKLOOSHEIDVoorwerpIn geval van overmacht, technische, economische of ‘crisis’ werkloosheid bij de gebruikende onderneming, zoals bedoeld bij de artikelen 49 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, heeft de uitzendkracht, vanaf 1 januari 2009, ten laste van het Sociaal Fonds, recht op een bijkomende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkeringen. RechthebbendenDe uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7.3° van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Bedrag van de bijkomende vergoedingDe bijkomende vergoeding bedraagt 3,72 E per werkdag die niet werd gepresteerd omwille van overmacht, technische, economische of "crisis" werkloosheid, en is verschuldigd tot het einde van de lopende arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid. Toekenningsvoorwaarden
Fiscale en sociale aspectenDe bijkomende vergoeding voor overmacht, technische, economische of ‘crisis’ werkloosheid is niet onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen. ProcedureDe uitzendkracht die een bijkomende vergoeding vraagt, moet zijn verzoek tot tussenkomst richten aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten binnen de 12 maanden volgend op de aanvang van de tijdelijke werkloosheid waarvoor hij de tussenkomst van het Sociaal Fonds vraagt en dit, door middel van het geëigende aanvraagformulier.
Het Sociaal Fonds verbindt zich ertoe deze aanvraag te behandelen binnen een termijn van 2 maanden na het indienen van het volledige dossier. Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen:Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2009. |
Technische of economische werkloosheid |