UITVOERING VAN DE CAO VAN 16/06/09 HOUDENDE SOCIALE VOORDELEN VOOR DE UITZENDKRACHTEN - BIJKOMENDE VERGOEDING IN GEVAL VAN LANGDURIGE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDVoorwerpBij langdurige arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte of een ongeval van gemeen recht, heeft de uitzendkracht, vanaf 1 januari 2009, ten laste van het Sociaal Fonds, recht op een bijkomende vergoeding bovenop de uitkeringen betaald door het ziekenfonds. RechthebbendenDe uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7.3° van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Bedrag van de bijkomende vergoedingDeze bijkomende vergoeding stemt overeen met 40% van de bruto-uitkering betaald door het ziekenfonds. Toekenningsvoorwaarden
De anciënniteit van 2 maanden wordt berekend overeenkomstig artikel 13 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. UitsluitingMoederschapsverlof geeft geen recht op de hierboven bedoelde bijkomende vergoeding. Fiscale en sociale aspectenDe bijkomende vergoeding voor langdurige arbeidsongeschiktheid is niet onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen. ProcedureDe uitzendkracht die een bijkomende vergoeding vraagt, moet zijn verzoek tot tussenkomst richten aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten binnen de 12 maanden volgend op de aanvang van de arbeidsongeschiktheid waarvoor hij de tussenkomst van het Sociaal Fonds vraagt en dit, door middel van het geëigende aanvraagformulier.
Het Sociaal Fonds verbindt zich ertoe deze aanvraag te behandelen binnen een termijn van 2 maanden na het indienen van het volledige dossier. Inwerkingtreding en overgangsmaatregelenDeze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2009. |