Home   RSS  Sitemap Zoeken Afdrukken

Inning van de bijdragen

06/06/2017 : mededeling rond de inning op flexilonen

Ingevolge de door het Sociaal Fonds voor de Horeca genomen beslissing werd het dossier van de flexi-jobuitzendkrachten besproken in de Bestuursraad van het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten. Er werd beslist de afloop van het beroep voor het Grondwettelijk Hof[1] af te wachten alvorens de kwestie van de eindejaarspremies van de flexi-jobwerknemers definitief te regelen.

De betaling van de eindejaarspremies 2017 voor flexi-jobuitzendkrachten die  zonder de flexi-jobprestaties niet aan 65 dagen of 494 uur zouden komen, wordt in afwachting van het arrest van het Grondwettelijk Hof opgeschort.

 

Gevolgen voor de bijdragen van uitzendkantoren: in afwachting van de beslissing van het Hof moeten de bijdragen voor de flexi-jobuitzendkrachten voor de premie 2017 nog steeds aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten worden gestort.

 

Werkgevers die deze bijdragen niet betalen, zullen echter niet door het Sociaal Fonds worden vervolgd. Als de werkgevers de bijdragen niet betalen, moeten ze zich ertoe verbinden de bijdragen in reserve te houden en ze met terugwerkende kracht te storten indien het Grondwettelijk Hof zou oordelen dat de flexi-jobwerknemers precies dezelfde voordelen moeten hebben en dus ook recht hebben op een eindejaarspremie.

 


[1] De vakbonden van de horecasector hebben een beroep tot nietigverklaring van de wet betreffende de flexi-jobs ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Het is dus mogelijk dat het horecafonds zijn beslissing herziet afhankelijk van de beslissing die door het Hof zal worden genomen. 

 

 

03/07/2017

Mededeling over de bijdragen aan het Sociaal Fonds

De sociale partners van PC 322 hebben een akkoord bereikt om de bestaande cao's betreffende de bijdragen aan het Sociaal Fonds te verlengen tot 31 december 2017.

De bijdrage aan het Fonds blijft dus 9,62% voor het derde en vierde kwartaal van 2017.

De bijdrage voor de uitzendbedrijven bedraagt 9,62 % op de loonmassa (aan 108 % voor de arbeiders) :

9,12 % voor de sociale voordelen

0,4 % voor vormingsinitiatieven

0,1 % voor de risicogroepen

 

De bijdrage van 0,35 % ten laste van de uitzendbedrijven actief in de bouwsector wordt ook door het Sociaal Fonds geïnd.

 

De CAO vraagt de bijdragen te betalen zoals voorzien voor de RSZ, namelijk vóór de laatste dag van de maand volgend op het betrokken trimester.

Bijgevolg zijn de volgende data toepasselijk :

- 30 april (bijdragen van het 1ste trimester)

- 31 juli of 31 augustus (bijdragen van het 2de trimester).

- 31 oktober (bijdragen verschuldigd voor het 3de trimester)

- 31 januari (bijdragen verschuldigd voor het 4de trimester)

 

Wanneer de uitzendbedrijven hun bijdragen betalen via een sociaal secretariaat, worden, overeenkomstig de vigerende reglementering, bovenvermelde termijnen verlengd met 15 werkdagen.

 

 

De uitzendbedrijven die niet betalen via een Erkend Sociaal Secretariaat dienen dus te betalen op de hogervermelde data.

 

Het Fonds houdt rekening met het betalingsuitstel dat verleend wordt door de RSZ op voorwaarde uiteraard dat het hiervan in kennis wordt gesteld.

 

De betaling gebeurt spontaan en uitsluitend op rekeningnummer BE82 7330 3444 8568 (BIC: KREDBEBB.

Het Sociaal Fonds zal de betaalde bedragen controleren op basis van de informatie inzake de loonmassa’s die het via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ontvangt.

 

Het Sociaal Fonds vraagt de uitzendbedrijven hun RSZ-nummer en het betrokken trimester te vermelden (bijv. 12345678 2014/01) bij hun betaling.

 

19/04/2016

 

Naar aanleiding van het akkoord op 19 april 2016 door de sociale partners van het paritair comité 322, wordt de globale bijdrage verschuldigd aan het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten vanaf het 2de kwartaal 2016 verminderd met 0,09%: vanaf 1 april 2016 gaat de globale bijdrage aan het sociaal fonds dus van 9,21% naar 9,12%.

 

Toch zal er, gezien de afwezigheid van een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende opleiding (0,40%) en betreffende risicogroepen (0,10%) voor het derde en vierde kwartaal 2015 wordt er voor deze bijdragen een "inhaalbeweging" toegepast op het tweede kwartaal 2016. Voor het tweede kwartaal 2016 bedraagt de bijdrage aan het Sociaal Fonds 10,62%.

 

Overzicht van de te betalen bijdragen

 

 

1ste kwartaal 2016

9,71%

2de kwartaal 2016

10,62%

VANAF 3de kwartaal 2016

9,62%

 

Deze bijdrage omvat:

  • De globale bijdrage van 9,12% (ingevolge de vermindering van 0,09% op 1 april 2016) bestemd voor de financiering van de eindejaarspremie en de sociale voordelen;

  • De bijdrage ten gunste van de initiatieven ter bevordering van de tewerkstelling van risicogroepen bedraagt 0,30% van 1 april 2016 tot 30 juni 2016 (wat dus overeenstemt met een inhaalbeweging van 2 kwartalen (derde en vierde kwartaal 2015) + tweede kwartaal 2016). Van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 zal dat opnieuw  0,10% zijn;

  • De bijdrage ter bevordering van initiatieven inzake opleiding bedraagt 1,20% van 1 april 2016 tot 30 juni 2016 (wat dus overeenstemt met een inhaalbeweging van 2 kwartalen (derde en vierde kwartaal 2015) + tweede kwartaal 2016). Van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 zal dat opnieuw 0,40% zijn.

 

Voor de uitzendbureaus erkend om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité 124 bedraagt de globale bijdrage aan het Sociaal fonds 0,35% op de brutolonen van de in België tewerkgestelde uitzendkrachten.