Home   RSS  Sitemap Zoeken Afdrukken

NEWSFLASH

Mededeling 24/10/2017: Uitspraak in grondwettelijk arrest rond de flexi-jobs

Het Grondwettelijk Hof heeft op 28 september 2017 haar arrest uitgesproken betreffende de Flexi-Jobs en heeft de wettelijkheid ervan bevestigd.

 

Het Hof heeft onder andere redelijk beschouwd dat het Flexi-loon uitgesloten is van het begrip “loon”. Deze beslissing impliceert dat er geen basis is voor de berekening van RSZ bijdragen noch voor andere bijdragen.

 

Concreet, betekent dit dat de Flexi-jobs uitzendkrachten geen recht hebben op een eindejaarspremie van het Sociaal fonds voor Uitzendkrachten en dat de uitzendbedrijven geen bijdragen aan het Sociaal fonds moeten betalen op de Flexi-jobs uitzendkrachten.

 

In afwachting van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof konden de uitzendbedrijven ofwel hun bijdragen op de Flexi-jobs verder betalen aan het Sociaal fonds ofwel deze bijdragen in reserve houden. Bovendien zijn er op basis van de bijdragen die zijn betaald door de uitzendbedrijven eindejaarspremies 2016 toegekend aan Flexi-jobbers voor de referteperiode vanaf 1 juli 2015 tot 30 juni 2016.

 

Gezien dit arrest tot vervolg heeft dat er geen recht bestaat op een eindejaarspremie voor de Flexi-jobbers, zal het Sociaal fonds aan de uitzendbedrijven de bijdragen voor de Flexi-jobs uitzendkrachten die betaald zijn vanaf het derde kwartaal 2016 terugbetalen. De onterecht toegekende eindejaarspremies zullen niet worden teruggeëist.

Mededeling 06/06/2017 : de inning op flexilonen

Ingevolge de door het Sociaal Fonds voor de Horeca genomen beslissing werd het dossier van de flexi-jobuitzendkrachten besproken in de Bestuursraad van het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten. Er werd beslist de afloop van het beroep voor het Grondwettelijk Hof[1] af te wachten alvorens de kwestie van de eindejaarspremies van de flexi-jobwerknemers definitief te regelen.

De betaling van de eindejaarspremies 2017 voor flexi-jobuitzendkrachten die  zonder de flexi-jobprestaties niet aan 65 dagen of 494 uur zouden komen, wordt in afwachting van het arrest van het Grondwettelijk Hof opgeschort.

 

Gevolgen voor de bijdragen van uitzendkantoren: in afwachting van de beslissing van het Hof moeten de bijdragen voor de flexi-jobuitzendkrachten voor de premie 2017 nog steeds aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten worden gestort.

 

Werkgevers die deze bijdragen niet betalen, zullen echter niet door het Sociaal Fonds worden vervolgd. Als de werkgevers de bijdragen niet betalen, moeten ze zich ertoe verbinden de bijdragen in reserve te houden en ze met terugwerkende kracht te storten indien het Grondwettelijk Hof zou oordelen dat de flexi-jobwerknemers precies dezelfde voordelen moeten hebben en dus ook recht hebben op een eindejaarspremie.

 


[1] De vakbonden van de horecasector hebben een beroep tot nietigverklaring van de wet betreffende de flexi-jobs ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Het is dus mogelijk dat het horecafonds zijn beslissing herziet afhankelijk van de beslissing die door het Hof zal worden genomen. 

Mededeling 03/07/2017 : Nieuwe CAO's van 20/06/2017

De sociale partners van PC 322 hebben een akkoord bereikt om de bestaande cao's betreffende de bijdragen voor de vormingsinitiatieven en voor de risicogroepen te verlengen tot 31 december 2017.

 

Naar aanleiding hiervan zijn er 4 nieuwe cao's:

 

- CAO van 20/06/2017 tot oprichting van een "Fonds voor bestaanszekerheid" en vaststelling van de statuten ervan

- CAO van 20/06/2017 betreffende de sociale voordelen aan uitzendkrachten

- CAO van 20/06/2017 betreffende de tewerkstelling van risicogroepen

- CAO van 20/06/2017 betreffende de vorming en tewerkstelling van uitzendkrachten

 

Concreet heeft dit tot gevolg dat de bijdrage aan het Fonds 9,62% blijft voor het derde en vierde kwartaal van 2017.

Mededeling 19/04/2016 : Nieuwe CAO van 19/04/2016

Naar aanleiding van het akkoord op 19 april 2016 door de sociale partners van het paritair comité 322, wordt de globale bijdrage verschuldigd aan het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten vanaf het 2de kwartaal 2016 verminderd met 0,09%: vanaf 1 april 2016 gaat de globale bijdrage aan het sociaal fonds dus van 9,21% naar 9,12%.

 

Toch zal er, gezien de afwezigheid van een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende opleiding (0,40%) en betreffende risicogroepen (0,10%) voor het derde en vierde kwartaal 2015 wordt er voor deze bijdragen een "inhaalbeweging" toegepast op het tweede kwartaal 2016. Voor het tweede kwartaal 2016 bedraagt de bijdrage aan het Sociaal Fonds 10,62%.

 

Overzicht van de te betalen bijdragen

 

 

1ste kwartaal 2016

9,71%

2de kwartaal 2016

10,62%

VANAF 3de kwartaal 2016

9,62%

 

Deze bijdrage omvat:

  • De globale bijdrage van 9,12% (ingevolge de vermindering van 0,09% op 1 april 2016) bestemd voor de financiering van de eindejaarspremie en de sociale voordelen;

  • De bijdrage ten gunste van de initiatieven ter bevordering van de tewerkstelling van risicogroepen bedraagt 0,30% van 1 april 2016 tot 30 juni 2016 (wat dus overeenstemt met een inhaalbeweging van 2 kwartalen (derde en vierde kwartaal 2015) + tweede kwartaal 2016). Van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 zal dat opnieuw  0,10% zijn;

  • De bijdrage ter bevordering van initiatieven inzake opleiding bedraagt 1,20% van 1 april 2016 tot 30 juni 2016 (wat dus overeenstemt met een inhaalbeweging van 2 kwartalen (derde en vierde kwartaal 2015) + tweede kwartaal 2016). Van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 zal dat opnieuw 0,40% zijn.

 

Voor de uitzendbureaus erkend om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité 124 bedraagt de globale bijdrage aan het Sociaal fonds 0,35% op de brutolonen van de in België tewerkgestelde uitzendkrachten.