Online dossiers aanvragen
UITVOERING VAN DE CAO VAN 05/07/11 INZAKE HET VORMINGSAKKOORD UITZENDKRACHTEN periode 2011 - 2012 |
Aanvraagformulier |
1. Omschrijving van de vormingsinspanning
1.1 Ten gunste van wie?
Werkgevers kunnen vormingsinspanningen leveren ten gunste van alle uitzendkrachten.
1.2 Welke vorming ?
De uitzendkantoren hebben hierbij verschillende mogelijkheden.
Ofwel wordt de uitzendkracht opgeleid ‘on the job’ (V1), d.i. bij de gebruiker, ofwel richt het uitzendkantoor zelf een vorming in (V2). Een derde type bestaat er in dat de werkgever de uitzendkracht een externe vorming laat volgen bij een opleidingscentrum (V3).
Telkens zal een bewijs moeten geleverd moeten worden van de (inhoud van de) vorming.
De gevolgde opleiding hoeft niet noodzakelijkerwijze verband houden met de functie die de uitzendkracht uitoefent of zal uitoefenen.
1.3 Wanneer dient de vorming gevolgd te worden ?
De uitzendkracht dient de vorming te genieten tijdens de arbeidsuren, wat maakt dat hij/zij tijdens de vorming verbonden is door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid.
De werkgever dient het loon voor de uren/dagen vorming te betalen.
De vorming kan op elk moment van de opdracht genoten worden.
2. Plafonds
Elk uitzendkantoor mag een recuperatie van de kost van zijn vormingsinspanningen aanvragen tot het bedrag van zijn 0,40%-bijdrage op de loonmassa 2011 en 2012.
Er moet rekening gehouden worden met het bedrag van € 1.300.000 per jaar dat zal afgetrokken worden van het bedrag van de bijdragen betaald voor de financiering van andere vormingsinitiatieven in de sector.
Dit betekent dat, rekening houdend met het procentuele aandeel van het uitzendkantoor in de globale loonmassa, een bedrag van de bijdragen bestemd zal zijn voor de financiering van deze € 1.300.0000.
De terugbetalingen worden maar verricht in de mate dat de bijdrage effectief aan het Fonds werd betaald.
Daarenboven wordt het globale saldo van de bijdragen van alle uitzendkantoren van de periode 2009-2010 overgedragen naar de huidige periode. Elk uitzendkantoor kan dus, bovenop zijn 0,4%-bijdrage, aanspraak maken op een bedrag gelijk aan X% van het saldo, waarbij X staat voor het procentuele aandeel van het uitzendkantoor in de globale loonmassa van de sector van het jaar 2010.
3. Bedrag van de teruggave
Uitgaande van de verschillende mogelijkheden die een uitzendwerkgever heeft om vorming aan te bieden, kan de kost van zijn vormingsinspanningen bestaan uit:
- het loon van de uitzendkracht tijdens de vorming
- de inrichtingskost van een door het uitzendkantoor georganiseerde vorming
- de kostprijs van een externe cursus bij een vormingsinstelling.
Een werkgever kan zijn kost als volgt recupereren, m.n.:
- het uurloon, geplafonneerd tot € 11,55 bruto/uur x 1.5, met een maximum van € 139/dag
- de kostprijs (op basis van factuurgegevens) van een externe cursus, ten belope van maximum € 226/dag
De maximale teruggave per vorming en per uitzendkracht kan nooit méér belopen dan € 2100.
Uiteraard dient de reële kost van de vorming gestaafd te worden door bewijsdocumenten (loonstrook van de betrokken uitzendkracht of factuur van de vormingsinstelling).
4. Cumulatieverbod
De recuperatie van de kost van de vorming kan niet gecumuleerd worden - voor dezelfde vorming en dezelfde uitzendkracht - met de tewerkstellingspremie ten gunste van de risicogroepen (0,1%-bijdrage).
5. Inhoud van een aanvraagdossier tot recuperatie
Het dossier, waarbij een uitzendkantoor de recuperatie van zijn vormingsinspanningen aanvraagt, dient bewijsdocumenten te bevatten met betrekking tot de geboden vorming én met betrekking tot de kost van deze vorming voor het uitzendkantoor.
- Een bewijs van de vormingsinspanning.
Rekening houdend met de mogelijkheden waarover een uitzendkantoor beschikt om vorming te bieden aan de uitzendkrachten, kunnen drie bewijsstukken aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten overgemaakt worden :
a. Vorming bij de gebruiker.
Het uitzendkantoor vult een document V 1 (zie model in bijlage) in, waarin, naast de vermelding van de gegevens van het uitzendkantoor, de uitzendkracht en de gebruiker, een beschrijving wordt gegeven van de gevolgde opleiding. Deze beschrijving dient minstens te bevatten: de inhoud/het programma van de vorming, de plaats waar de vorming doorging, het aantal uren aan de vorming besteed en het resultaat van de vorming.
Dit document wordt ondertekend door het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Een copie van de overeenkomst met de gebruiker, evenals een copie van de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht en de loonfiche wordt aan het document toegevoegd.
b. Vorming ingericht door het uitzendkantoor.
Het uitzendkantoor vult een document V 2 (zie model in bijlage) in, waarin, naast de vermelding van de gegevens van het uitzendkantoor en de uitzendkracht, een beschrijving wordt gegeven van de gevolgde vorming.Deze beschrijving dient minstens te bevatten : de inhoud/het programma van de vorming, de naam (namen) van de lesgever(s), de plaats waar de vorming doorging, het aantal uren aan de vorming besteed en het resultaat van de vorming.
Dit document wordt ondertekend door het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Een copie van de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht en de loonfiche wordt aan het document toegevoegd.
c. Externe vorming door een vormingsinstelling.
Het uitzendkantoor vult een document V 3 in (zie model in bijlage), waaraan een door de instelling verstrekt inschrijvingsbewijs van de betrokken uitzendkracht(en) voor de gevolgde vorming èn een copie van de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht en de loonfiche worden toegevoegd. - Een bewijs van de kostprijs van de vormingsinspanning.
In samenhang met punt 3 dient de uitzendwerkgever het bewijs te leveren van de werkelijke kostprijs van zijn vormingsinspanning.
De kosten die voor teruggave in aanmerking komen, zijn het (geplafoneerd) loon aan de uitzendkracht betaald tijdens de vorming en de kostprijs van een externe vorming.
Deze kosten worden bewezen door een copie van de loonstrook door het uitzendkantoor aan de uitzendkracht overhandigd en/of een copie van de factuur van de vormingsinstelling aan het uitzendkantoor. Deze documenten moeten aan het dossier worden toegevoegd.
6. Uiterste datum voor het indienen van de aanvraagdossiers.
Alle dossiers moeten ingediend worden vóór 30 juni 2013. De dossiers kunnen enkel betrekking hebben op vormingsinspanningen gedaan in de periode gaande van januari 2011 tot en met december 2012.
Het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten zal enkel volledige dossiers onderzoeken en behoudt zich het recht voor om rechtstreeks contact op te nemen met de uitzendkrachten/gebruikers met het oog op het bekomen van bijkomende uitleg over de vorming.
Belangrijke opmerkingen
De formulieren in bijlage mogen gefotocopieerd worden in het aantal benodigde exemplaren.
Aanvraagformulieren zonder de vermelding van het nationaal nummer (of enkel bij gebrek hieraan, de geboortedatum) bij de indentiteit van de uitzendkracht, worden geweigerd.
Het Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten zal enkel volledige dossiers onderzoeken en heeft het recht rechtstreeks contact te nemen met uitzendkrachten en/of gebruikers voor bijkomende informatie.